Verschijningsdatum: Vriendin nummer 03, 16 januari t/m 22 januari 2008
Rubriek: Vertrouwd
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

KIM: “HEEL EVEN HEB IK MIJN DOCHTERTJE MAAR GEZIEN. IK MOCHT HAAR NIET EENS AANRAKEN.”

“Mijn man en ik hadden altijd al een kinderwens. Een paar maanden na onze trouwdag ben ik gestopt met de pil. Tweeënhalve maand later was ik zwanger. De zwangerschap verliep prima. Vanaf het moment dat ik wist dat ik zwanger was, was ik extra voorzichtig. Ik stopte met roken, dronk geen alcohol en probeerde zo min mogelijk stress te hebben. Toen ik 31 weken zwanger was, kreeg ik ter controle een laatste echo. Een paar dagen voordat ik naar de verloskundige moest voor de echo, belde ik naar de dokter omdat ik erg veel vocht vasthield. Hij adviseerde mij zoveel mogelijk rust te houden en een kussen onder mijn benen te leggen als ik ging slapen. De verloskundige vond het vreemd dat de dokter me niet meteen naar haar had doorverwezen. Uit urineonderzoek bleek namelijk dat mijn eiwitgehalte veel te hoog was, een teken van een mogelijke zwangerschapsvergiftiging. Ik moest met spoed naar het ziekenhuis voor een onderzoek. Ik ging naar het ziekenhuis in de veronderstelling dat ik na een nacht weer thuis zou zijn. Tot mijn grote schrik kreeg ik te horen dat ik er rekening mee moest houden dat ik de rest van de zwangerschap daar moest blijven, want ik had inderdaad zwangerschapsvergiftiging. Dat kwam hard aan. Het betekende dat ik niet samen met mijn man kon genieten van mijn zwangerschapsverlof. Ik wilde in die tijd nog leuke spulletjes kopen en de geboortekaartjes waren nog niet uitgezocht. Terwijl ik me daar zo op had verheugd. In de weken dat ik in het ziekenhuis lag, kwam dat op de schouders van mijn man terecht. Hij deed wat hij kon. Ook al wist ik dat ik tot het eind van mijn zwangerschap in het ziekenhuis moest blijven, toch hoopte ik elke dag dat ik alsnog naar huis mocht. In het ziekenhuis mocht ik niets doen. Ik moest volledige bedrust houden. Douchen en naar de wc gaan waren mijn uitstapjes. Om de tijd door te komen, las ik tijdschriften. In Vriendin las ik het verhaal over een vrouw die het Hellp-syndroom (ernstige zwangerschapscomplicaties die levensbedreigend voor de moeder en het ongeboren kind kunnen zijn) had. Ik herkende zoveel in haar verhaal en besefte dat ik niet de enige was met complicaties tijdens de zwangerschap. Zij was zo positief, dat vond ik heel fijn. Toch was ik ook angstig voor wat er met mij en mijn kindje zou kunnen gebeuren.

“Het leek wel alsof er met messen in mij werd gestoken”

“Voor mijn man is het een heel zware periode geweest. Hij was erg bang, waar hij vooral mee worstelde: zouden zijn vrouw en kind het overleven? Normaal gesproken zijn de longen van een kindje in de 34ste week van de zwangerschap volgroeid. Omdat het niet goed ging met mijn baby, kreeg ik op woensdag een injectie om de longen van mijn kindje sneller te laten rijpen. De dag erna kreeg ik een tweede injectie. Een aantal dagen later werd mijn eiwitwaarde nog hoger en om te voorkomen dat ik een epileptische aanval zou krijgen, kreeg ik medicijnen toegediend. Het waren heftige medicijnen waar ik duizelig van werd. Gelukkig voelde ik me de volgende dag naar omstandigheden goed. Ik had die dag mijn vader aan de telefoon. Hij moest diezelfde dag naar Groningen voor zijn werk en hij wilde weten of alles goed met me was. Anders zou hij niet gaan. Ik verzekerde hem dat alles naar omstandigheden redelijk met me ging en dat ik hem ’s avonds weer zou zien. Ook mijn man had ik gebeld en tegen hem zei ik hetzelfde. Ik had de telefoon nog niet opgehangen of de gynaecoloog kwam aan mijn bed zitten. Hij had de uitslagen van het urine- en bloedonderzoek. Hij vertelde me dat mijn weeën diezelfde dag nog kunstmatig zouden worden opgewekt, dat was het beste. Ik verkrampte van schrik, zo erg. Dit had ik niet verwacht. Ik heb meteen mijn man gebeld. Ik wilde niet naar de verloskamer voordat hij er was. Toen hij bij me was, kreeg ik drie wee-opwekkende injecties. Ik werd er heel ziek van, en de weeën bleven uit. Ik kreeg geen ontsluiting en voelde me machteloos. Vreselijk, ik was zo bang dat het niet goed zou gaan met mijn kindje. Het duurde allemaal verschrikkelijk lang.”

Klein meisje
“’s Avonds was er nog steeds geen vooruitgang. Ik had geen ontsluiting en de weeën kwamen niet. Omdat de toestand van de baby achteruit ging, werd besloten dat ik een spoedkeizersnede kreeg. Ik werd direct naar de ok gereden en kreeg een ruggenprik. Vanaf toen ging het supersnel. Ik kan me er niet veel meer van herinneren. Wel weet ik dat mijn man de hele tijd bij me was en mijn hand vasthield. Dat vond ik fijn. Om negen over twaalf ’s nachts is mijn dochter geboren. Dit is tevens de sterfdag van mijn opa. Heel bijzonder dus. Het eerste wat ik vroeg was of ze zeker wisten dat het een meisje was. Ik dacht namelijk dat het een jongen zou worden. Meteen daarna merkte ik dat ze niet huilde. Ik was zo bang, ging alles goed met haar? Pas toen ik heel zachte kreetjes hoorde, kon ik echt geloven dat ik een dochtertje had. Wat was ik opgelucht! Ze werd meteen meegenomen voor onderzoek. Gelukkig heeft mijn man wel de navelstreng door mogen knippen. Ik heb mijn dochter maar heel even gezien. Ik kon haar niet eens aanraken. Dat vond ik erg jammer. Ondertussen werd mijn wond gehecht en daarna werd ik naar de uitslaapkamer gebracht. Toen ik wakker werd, had ik een helse pijn in mijn buik. Het leek wel alsof er met messen in mijn buik werd gestoken. Ik kreeg zelfs last van waanideeën. Maar ik dacht dat dit gevoel normaal was na een keizersnede, dus vroeg ik niet om hulp. De arts zei later dat ik haar had moeten waarschuwen! Dan had ze me eerder pijnstillers kunnen geven.”

Infectie
“De ochtend na de bevalling kwam er veel familie langs. Dat was heel lief en erg fijn, maar ook zwaar. Want ik was moe en wilde het liefst naar mijn meisje. De eerste keer dat ik haar in de couveuse zag liggen, wist ik niet wat ik moest doen. Mocht ik haar aanraken, kon ik tegen haar praten? Voorzichtig legde ik mijn vinger bij haar handje. Ze hield hem meteen vast. Zo ongelooflijk bijzonder, maar wat was ze teer. De dag dat ik naar huis mocht, een week na de bevalling, kreeg mijn dochtertje een infectie. Ze kreeg meteen antibiotica. Het was vreselijk om haar in het ziekenhuis achter te laten. Door die infectie was mijn dochter heel kwetsbaar. Ik vroeg me af of ik haar ooit levend mee naar huis kon nemen. Ik kon alleen maar huilen. Ik was moeder geworden, maar mijn kindje was niet bij me en zou misschien nooit bij me kunnen zijn. Het waren lange en onzekere dagen. Geen arts slaagde erin om mij gerust te stellen. Als ik niet bij haar was, belde ik continu naar het ziekenhuis. Ik voelde me verantwoordelijk, maar kon niets doen. Ondertussen kwam er veel visite langs. Lieve vrienden, vriendinnen en familie. De eerste weken heeft me dat erg opgebroken. Achteraf gezien had ik meer rust moeten nemen en meer aan mezelf moeten denken.”

Geluk
“Waar de vergiftiging vandaan komt weten de artsen nog steeds niet. Het kan echt iedere zwangere vrouw overkomen. Het maakt niet uit of het je eerste of tweede kindje is. De kans is bij iedereen even groot. Inmiddels gaat het goed met mijn kindje en mij. Ik ben bijna helemaal opgeknapt en geniet elke dag van mijn mooie dochter. Ik ben heel blij dat zij in mijn leven is. De eerste tijd moest ik niet denken aan een tweede kindje. Ik wilde eerste dat mijn kleine meisje er bovenop kwam. Nu denk ik daar anders over. Als het me gegund is zou ik graag een tweede kindje willen. Natuurlijk ben ik bang voor een tweede zwangerschap. Want wat als er weer iets misgaat? Als ik naar mijn dochter kijk, ben ik supertrots. Ze doet het perfect. Voor mij is het emotioneel een heel zware periode geweest. Ik zat niet lekker in mijn vel en ik kon mijn gevoelens niet uiten. Ik zat met mezelf in de knoop. Ik vind het erg jammer dat ik niet van mijn kraamtijd heb kunnen genieten. Waar ik me over heb verbaasd, is dat zoveel mensen verwachten dat alles perfect gaat. Ik heb best wel vervelende reacties gekregen. Bijvoorbeeld dat ik me niet druk moest maken, want ik heb toch een gezond kindje? Maar het gaat niet alleen daarom. Als moeder heb ik veel meegemaakt. Ik was erg ziek, ik had kunnen sterven en heb psychisch een enorme klap gehad. Ik had het gevoel dat ik de enige was, maar dat is natuurlijk niet zo. Het heeft me erg geholpen om met lotgenoten te kunnen praten. Op die manier kun je het een plekje geven. Als ik zie wat voor moois en vrolijks ik heb teruggekregen voor een aantal vervelende maanden, dan was dat zeker de moeite waard. Ik besef dat ik ontzettend veel geluk heb gehad.”