Verschijningsdatum: Vriendin nummer 41, 10 t/m 16 oktober 2007
Rubriek: Human Interest
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

MIJN MOOISTE 10 MINUTEN
Wanneer word jij overspoeld door geluk? Drie lezeressen vertellen over het allerfijnste moment in hun leven.

SANDRA: IN DE LUCHT
Sandra heeft een vriend.

“Op 17 juni dit jaar heb ik heel onverwachts mijn mooiste tien minuten meegemaakt. Mijn moeder en stiefvader gingen een weekje naar Texel. Ik had net een nieuwe baan en een vakantie zat er niet in. Mijn moeder nodigde mij en mijn vriend uit om een weekendje langs te komen op Texel. Dat aanbod nam ik graag aan. Heerlijk er even tussenuit! Die zaterdag gingen we naar een natuurgebied. Althans, dat was de bedoeling. Maar we waren de weg kwijt en kwamen per ongeluk bij een parachuteschool terecht. Mijn stiefvader vroeg wie er zin had om een parachutesprong te maken. Spontaan riep ik: ‘Ja, ik!’ Het leek me superspannend. Hoog in de lucht en dan zweven naar de grond… Mijn vriend besloot na enige twijfel ook te gaan. Binnen informeerde ik of we die dag een sprong konden maken. En ja, dat kon! Alleen toen ik de prijs hoorde, schrok ik. Tweehonderd euro. Daar werd ik wel even stil van. Ik kon dat niet betalen en dat vond ik zo jammer. Mijn moeder zag hoe graag ik het wilde en wist hoe teleurgesteld ik was. Ze zei tegen me dat als ik het zo graag wilde, ik de sprong van haar cadeau zou krijgen. Dat vond ik zo lief van haar, echt fantastisch!

Omdat het zo snel is gegaan, had ik geen tijd om zenuwachtig te zijn. Ik stond juist te popelen. Het voelde heel onwerkelijk. Ik werd in een pak en tuigje gehesen en kreeg een instructeur toegewezen met wie ik een tandemsprong zou maken. Hij vertelde me in het kort wat ik moest doen. Bijvoorbeeld mijn hoofd en benen zo ver mogelijk naar achter houden tijdens het springen. Toen ik in het vliegtuig stapte, kreeg ik het wel even benauwd. Er zaten best veel mensen in dat vliegtuigje, het was behoorlijk krap. De vlucht was heel spannend, want in zo’n klein vliegtuig voel je elke schok en stoot. Maar ik kreeg er ook een kick van. Daar ging ik, op naar mijn allereerste parachutesprong. De adrenaline gierde door mijn lijf. Het was prachtig weer, een strakblauwe lucht met een paar wolkjes. Ik genoot van het uitzicht. Ook vanuit de lucht is Texel een schitterend eiland. We vlogen tot zo’n drie kilometer hoogte. Op het moment dat de deur openging, hoorde ik alleen maar wind. Mijn vriend ging eerst. En toen ik. Met een snelheid van tweehonderd kilometer per uur viel ik naar beneden. Ik hoorde alleen maar het harde geraas van de wind. Het voelde geweldig, ik was helemaal vrij! Na ongeveer dertig seconden was die val voorbij en opende de instructeur de parachute. Opeens was het helemaal stil om me heen. Ik deed mijn armen wijd en voelde me zo vrij als een vogel. Ik kreeg de kans om even zelf de touwtjes in handen te nemen. De vrijheid die ik toen voelde, was enorm. Meteen na de landing wilde ik het liefst nog een keer, zo te gek vond ik het. Ook mijn vriend vond zijn sprong erg spannend. Maar een tweede sprong hoefde van hem niet zo nodig. Maar ik vond het echt heerlijk en zou het zo weer doen. Die nacht sliep ik als een roosje. Zeker weten, met deze parachutesprong heb ik de mooiste tien minuten van mijn leven beleefd.”

ELISE: MET MIJN KINDJE
Elise is getrouwd en moeder van Julia (1)

“De mooiste tien minuten van mijn leven zijn ook de meeste spannendste minuten. Omdat mijn ongeboren baby niet goed groeide, lag ik al een paar dagen in het ziekenhuis. Het was van groot belang dat ik rust hield. Al mijn energie was nodig om mijn kindje nog wat te laten groeien voor de geboorte. Ik ben echt een bezig bijtje. Omdat ik thuis niet de rust hield die ik nodig had, moest ik naar het ziekenhuis. Ik vond het verschrikkelijk, want ik kon niets doen. Pas acht weken later was ik uitgerekend en ik zou al die tijd in het ziekenhuis moeten doorbrengen. Gelukkig kwam mijn man zo vaak hij kon en steunde hij me enorm.

De tweede dag dat ik daar lag, voelde ik mijn baby bijna niet meer bewegen. Ik raakte in paniek. Stel je voor dat er iets mis was of erger, dat ze het niet zou halen? De gynaecoloog nam mijn angst serieus en maakte meteen een hartfilmpje. Daarop was inderdaad te zien dat het niet goed ging met mijn kind. De hartslag zakte weg. Ik dacht alleen maar aan mijn baby. De gynaecoloog besloot dat ze met spoed geboren moest worden. 12 mei 2006 werd ik vanuit mijn ziekenhuiskamer naar de operatiekamer gereden voor een spoedkeizersnede. Dat was een heel bijzonder moment. IK voelde angst omdat het nog te vroeg was, maar ook blijdschap, het ging nu echt gebeuren; ik zou moeder worden. Op de gang onderweg naar de operatiekamer werd ik voorbereid op de keizersnede. Er was geen tijd meer voor een ruggenprik, ik moest helemaal onder narcose. Ik vond het prima, zolang mijn baby maar levens en gezond ter wereld kwam. Tien minuten nadat ik naar de operatiekamer werd gebracht, is Julia geboren. Dat tien minuten zo hectisch kunnen zijn, had ik nooit verwacht. Verdriet en geluk liggen zo dicht bij elkaar. Julia was ontzettend klein, dertienhonderd gram en maar veertig centimeter. Ze had al een groeiachterstand en nu was ze ook nog eens acht weken te vroeg geboren. Toen ik uit de narcose kwam, zag ik niemand. Ik was bang dat er iets met haar aan de hand was. Gelukkig kwam er al snel een arts die zei dat ze in de couveuse lag en dat alles in orde was. Ze deed het prima. Ik voelde me zo opgelucht. Julia bleek een echt vechtertje. Vanaf het eerste moment deed ze alles perfect. In totaal heeft ze bijna acht weken in het ziekenhuis gelegen. Vlak voor de uitgerekende datum mochten mijn man en ik haar mee naar huis nemen. Nu gaat het nog steeds super met onze kleine meid. Ze is sterk en gezond, groeit als kool en is altijd blij. Ik zou haar voor geen goud willen missen en ben dolgelukkig met haar. Het waren tien heel spannende minuten, en ook als was ik zelf onder narcose, toch waren het de mooiste minuten van mijn leven.”

DEBBIE: TIJDENS HET LOPEN
Debbie heeft een vriend en is moeder van Quinten (4)

“Al mijn hele leven loop ik fanatiek hard, want ik vind het heerlijk om na een drukke dag mijn hoofd ‘leeg’ te lopen. Ik krijg er veel energie van. Ook na de geboorte van mijn zoontje bleef ik hardlopen. Ik vond het zo leuk, dat ik ook les gaf op een atletiekvereniging. Af en toe liep ik zelfs een halve marathon. Ik voelde me supergezond en had nergens last van. Na de tweede verjaardag van mijn zoontje werd ik steeds dikker en voelde ik me erg vermoeid. het werd zelfs zo erg dat ik op een gegeven moment niet meer de trap op kon lopen zonder halverwege even te stoppen. Ook viel ik steeds flauw op mijn werk of als ik aan het winkelen was. Ik ben naar de dokter gegaan en vertelde hem dat ik dacht dat er iets mis was met mijn hart. Maar de dokter dacht dat het tussen mijn oren zat. Hij verwees me door naar een psychiater. Vreemd, want zo voelde ik het niet. De psychiater zei inderdaad dat het niets psychisch was. Er moest een andere oorzaak zijn. Maar de artsen konden niets ontdekken. Niemand kon mij vertellen wat er met me aan de hand was. Na het zoveelste doktersbezoek dacht de arts dat mijn flauwvallen misschien iets te maken had met epilepsie. Daarvoor ben ik twaalf weken opgenomen geweest in een epilepsiecentrum. Ik voelde me daar helemaal niet thuis. Er zaten bijvoorbeeld ook mensen die ooit een poging tot zelfdoding hadden gedaan. Ik bleef maar volhouden dat het niet psychisch was en dat ik hartproblemen had. Maar ook daar geloofde niemand mij. Ik voelde me zo hopeloos. Gelukkig ben ik positief ingesteld en heb ik mezelf er doorheen geslagen. Ook voor mijn man en kindje was het een moeilijke periode. We misten elkaar enorm en we hadden geen idee wanneer we elkaar weer zouden zien. En of ik dan beter zou zijn.

Eenmaal thuis werd ik, nadat ik weer was flauwgevallen, voor de zoveelste keer met de ambulance naar de EHBO gebracht. Daarna werd ik opgenomen in het ziekenhuis. Toevallig was er die dag een cardioloog aanwezig die normaal gesproken in een ander ziekenhuis werkte. Binnen een paar minuten bevestigde hij dat ik inderdaad hartproblemen had. Op de hartbewaking was te zien dat ik een afwijkend hartritme vertoonde. Ik was zo opgelucht, eindelijk iemand die me serieus nam. Uit verder onderzoek bleek dat ik een aangeboren hartafwijking heb. Dankzij mijn goede conditie heb ik daar nooit eerder last van gehad. Er zaten meerdere vertakkingen aan de zenuwbaan in mijn hart. Deze vertakkingen veroorzaken hartritmestoornissen. Het was wel even schrikken toen ik dat hoorde, maar ik was ook blij dat ik eindelijk wist wat er aan de hand was. Ik werd geopereerd en en na een periode van twee jaar kon ik eindelijk mijn leven weer oppakken. De eerste keer dat ik weer ging hardlopen, was ik superbang dat ik flauw zou vallen. Maar ik wilde het zo graag en uiteindelijk won mijn doorzettingsvermogen het van mij angst. Hup gaan! dacht ik. De eerste keer dat ik weer tien minuten achter kon hardlopen, was fantastisch. De oude Debbie kwam weer terug. Inmiddels loop ik elke dag weer hard en ben ik aan het trainen voor een vijftienkilometerloop. Het voelt zo goed! Ik zit nog niet helemaal op mijn oude gewicht, maar ik weet zeker dat het me gaat lukken en ik doe er alles aan om dat voor elkaar te krijgen. Ik geniet weer van het leven, mijn gezin, mijn zoontje en het hardlopen in het bijzonder.”