Verschijningsdatum: Vriendin nummer 08, 20 t/m 16 februari 2008
Rubriek: Human Interest
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

IK KOM MIJN BED WEER UIT VOOR…
Soms zit het leven niet mee. Dan wil je het liefst in bed blijven. De dekens opgetrokken tot je kin, en dan maar wachten tot het beter gaat en je weer reden hebt om op te staan.

… MIJN ZOONTJE FINN
CLAUDIA:
“Drie jaar geleden ben ik gescheiden van mijn man, de vader van mijn drie oudste kinderen: Kiki (7), Lars (6) en Yara (5). Het ging niet meer tussen ons en daarom was het beter dat we uit elkaar gingen. Vanwege de kinderen heb ik nog wel contact met hem. Zij gaan regelmatig een weekend naar hem toe en dat gaat prima. Vorig jaar leerde ik de vader van mijn jongste zoontje kennen. Een paar weken later bleek ik zwanger te zijn. Ik schrok wel een beetje: dit had ik totaal niet verwacht! Toen ik de vader vertelde dat ik in verwachting was, besloot hij met mij te breken. Hij wilde het kindje niet, daar was hij heel duidelijk in. Ik vond het verschrikkelijk en had er zelfs slapeloze nachten van. Als alleenstaande moeder met drie kinderen en een baan als kraamverzorgende had ik het heel erg druk. Een vierde kindje leek me erg zwaar. Hoewel ik in een moeilijke situatie zat, besloot ik het toch te houden. Ik ben ontzettend gek op kinderen en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de zwangerschap af te breken. Dat zou ik mezelf nooit kunnen vergeven. Ik besloot er daarom helemaal voor te gaan. Dit kindje was voor mij meer dan welkom. De zwangerschap verliep goed. Ik kreeg veel steun van mijn ouders en mijn vriendinnen. Een vriendin heeft me de hele zwangerschap begeleid, zoals normaal gesproken de partner doet. Ze ging met me mee als ik een echo liet maken of naar het ziekenhuis moest. Ook is ze bij de bevalling geweest. Ik ben iedereen ontzettend dankbaar voor hun steun.”

Olie
“Mijn kinderen reageerden heel leuk op mijn zwangerschap. Het liefste wilde ze meteen kennis maken met de baby in mijn buik. Ik heb hen er heel erg bij betrokken. Zo mochten ze bijvoorbeeld mee als ik een echo liet maken of smeerden ze mijn buik lekker in met olie. Ze wilden ook dolgraag bij de bevalling zijn, maar dat vond ik te heftig. Toen de baby er was, mochten ze wel direct komen kijken. Ze waren meteen helemaal weg van de kleine en ik ook. De kinderen weten dat Finn een andere vader heeft. Ik heb hen eerlijk gezegd dat zijn papa te ver weg woont en geen contact wil. Dat is duidelijk: ze vragen er verder niet naar. Voor hen is hij gewoon hun kleine broertje. Als Finn later naar zijn vader zal gaan vragen, zal ik daar ook eerlijk over zijn tegen hem. Met zijn vader heb ik geen contact meer. Ik heb hem wel gevraagd of hij bij de bevalling aanwezig wilde zijn. Die keus liet ik aan hem, maar hij wilde niet. hij weet wel dat ik bevallen ben van een prachtige zoon, maar hij heeft hem niet gezien en ik denk ook niet dat dat gaat gebeuren. In het begin had ik het daar moeilijk mee, maar nu vind ik het prima zo. Het is zijn keus en die accepteer ik. Het duurde even voordat ik na de bevalling weer in mijn ritme kwam. De verzorging van zo’n groot gezin viel in het begin best wel tegen, maar gelukkig gaat het inmiddels heel goed. Als er iets is, kan ik altijd bij mijn vriendinnen en ouders terecht, bijvoorbeeld als ik oppas nodig heb. Een maand na de geboorte van Finn leerde ik mijn huidige vriend kennen. Hij is ontzettend lief en weet hoe het is om veel kids op te voeden: zelf heeft hij er namelijk ook vier. ’s Nachts kom ik in principe erg moeilijk mijn bed uit. Ik slaap overal doorheen, maar één kik van Finn en ik sta klaarwakker naast zijn wieg met een flesje. Ik heb geen moment spijt gehad van dit mooie mannetje. Hij is lief en lacht veel. ik ben hartstikke gelukkig met mijn vier kinderen en zou ze nooit meer willen missen.”

“…MIJN PAARD JE T’AIME”
BARBARA:
“Door mijn borderline-persoonlijkheidsstoornis zie ik alles zwart-wit: er is geen tussenweg. Als het niet goed met me gaat, gaat alles voor mijn gevoel ook meteen echt fout. Maar als ik een goede dag heb, zie ik het weer allemaal rooskleurig in. Ik vind het heel erg moeilijk om mijn borderline te accepteren. Omdat ik mijn gevoelens geen plek kon geven, deed ik aan zelfbeschadiging. Ik at niet meer en sneed in mijn armen om het nare gevoel te verdringen. Ik wist dat er iets met me aan de hand was, maar wat? Om daarachter te komen, ben ik naar de dokter gegaan. De huisarts verwees me door naar de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Daar deed ik tests en had ik gesprekken met psychologen. Uiteindelijk is de diagnose borderline-persoonlijkheidsstoornis vastgesteld. Toen ben ik in therapie gegaan. Dat vond ik erg moeilijk, maar het was goed voor me. Nu weet ik namelijk hoe ik om moet gaan met mijn stoornis. Voor mij is het bijvoorbeeld belangrijk dat ik structuur heb in mijn leven. Dat doe ik door een dagindeling te maken. Dan weet ik waar ik aan toe ben en het helpt me om de dag positief door te komen. Het liefst lig in de hele dag in bed. Veilig onder de dekens, zodat niemand mij ziet. Maar ik weet dat dat geen oplossing is. Wil ik wat van het leven maken, dan moet ik tóch mijn bed uit komen. Toen ik klein was en nog in Tsjechië woonde, reed ik vaak paard samen met mijn vader. We maakten mooie tochten door de bossen, daar bewaar ik warme herinneringen aan. Toen hij onverwachts overleed, wilde ik niet meer rijden. Voor mij stond paardrijden gelijk aan de leuke tijd met mijn vader. En daar wilde ik niet meer mee geconfronteerd worden, want ik had het erg moeilijk met zijn dood. Ook nu mis ik mijn lieve vader verschrikkelijk. Mijn man weet dat ik van paarden hou en hij beseft wat die dieren voor mij betekenen. Hij heeft me gestimuleerd om toch weer paard te gaan rijden. Uiteindelijk vond ik dat hij gelijk had en ben weer begonnen. Sindsdien gaat het stukken beter met me. Onlangs heeft hij een eigen paard voor me gekocht, Je t’aime. Als ik bij mijn dier ben, voel ik me op mijn gemak. Hij vraagt niet aan me hoe het met me gaat en veroordeelt me niet. het paard is er gewoon voor me en geniet van de aandacht die ik hem geef. Rijden is pure ontspanning voor mij. Als ik hoog op Je t’aime zit, denk ik nergens meer aan. Mijn gedachten laat ik dan vrij en ik geniet intens van het moment. Ik pieker veel, maar als ik bij mijn paard ben, valt alle last van me af. Hij geeft me het gevoel dat ik het waard ben om te leven en dat ik er echt mag zijn! Ik weet zeker dat als ik niet opnieuw begonnen was met paardrijden, ik het veel zwaarder zou hebben gehad.”

Poëzie
“Wat ik heel jammer vind, is dat mensen niet zien dat er iets met mij aan de hand is. Ik zie er net zo uit als iedere andere vrouw. Vriendinnen accepteren mijn stoornis niet, ze begrijpen niet wat ik meemaak. Soms denk ik dat ik beter mijn been had kunnen breken, dan zíen mensen dat ik iets mankeer en hebben ze er begrip voor wanneer je bijvoorbeeld niet meegaat naar een verjaardag. Door de borderline heb ik veel vrienden en zelfs familie verloren, hoe vaak ik mijn situatie ook uitleg: het helpt gewoon niet. Omdat ik zo vaak te horen heb gekregen dat ik me aanstel, heb ik geen vertrouwen meer in mensen. Maar ik ben niet gek, ik heb alleen een gebruiksaanwijzing. Om mijn gevoelens toch een plekje te kunnen geven, maak ik gedichten waarin ik schrijf over mijn stoornis. Deze zet ik online, zodat iedereen die dat wil ze kan lezen. Ik vind het belangrijk dat anderen kunnen zien war er in mij omgaat. Het doet me goed dat ik er veel positieve reacties op krijg. Andere borderliners herkennen hun gevoelens in mijn poëzie; de strijd die je met jezelf levert. Dat zet mij ook weer aan tot schrijven. Verder krijg ik heel veel steun van mijn lieve man. Hij heeft me nooit in de steek gelaten en zal dat ook niet doen. Hij houdt onvoorwaardelijk van me. Met hem kan ik goed praten en ik kan ook echt mijn gevoelens bij hem kwijt: hij is gewoon fantastisch. Maar ook mijn dochter is geweldig. Ze is ontzettend lief voor me. Ik ben eerlijk tegen haar over mijn stoornis. Ze weet wat ik heb en dat accepteert ze. Ze is een schat. En mijn paard Je t’aime maakt ons gezin compleet.”

… MIJN VRIEND CAN
SIEUWKE
: “Zonder Can voel ik me alleen. Ik mis mijn maatje verschrikkelijk en wil hem zo graag in mijn armen houden. Niets kan me uit bed krijgen, maar ik weet zeker dat als hij voor de deur staat, ik meteen mijn bed uitkom en er niet meer alleen naar terugga! In juni 2006 ging ik samen met mijn ouders op vakantie naar Alanya, Turkije. Ik had op dat moment een vriend, maar die relatie liep niet lekker. De tweede dag dat ik op vakantie was, besloot ik bij thuiskomst een einde aan mijn relatie te maken. Dat luchtte me op. Ik genoot van mijn vakantie. De laatste week liep ik met mijn ouders door een winkelstraat. Opeens riep een man: ‘Hai, ik ben mopperkontje.’ Ik moest erg lachen. Hij nodigde ons uit om een kopje thee in zijn winkel te komen drinken. Dat aanbod namen we graag aan. Can, zoals de man heette, had een mooie kledingwinkel. Ik raakte met hem aan de praat en de tijd vloog voorbij. Hij wilde me nog beter leren kennen en vroeg of ik die avond met hem op stap wilde, gewoon als vrienden. Dat leek me erg gezellig. Natuurlijk had ik Can verteld over mijn relatie in Nederland. Hij was superlief, een echt heer; hij hield de deur voor me open en schoof mijn stoel aan. De laatste paar dagen van de vakantie bracht ik veel tijd met hem door. Aan het eind wisselden we e-mailadressen uit. Eenmaal terug in Nederland maakte ik inderdaad mijn relatie uit. Dat was moeilijk en verdrietig, maar echt beter zo. Sinds de vakantie had ik veel contact met Can. De mailtjes vlogen over en weer en ik betrapte mezelf erop dat ik toch iets meer voor hem voelde dat alleen vriendschap: ik werd echt verliefd op hem. Hij maakte zoveel positieve gevoelens bij me kis, dat ik weer helemaal vrolijk werd en het leven zonnig inzag. Het was ontzettend leuk om met hem te kletsen, maar ik wist aan de andere kant nier goed wat ik met mijn verliefdheid aan moest. Ik had hem ook maar zo kort gezien… Om uit te zoeken of ik nog verliefd op hem zou zijn als ik hem weer zou ontmoeten, besloot ik in september speciaal voor hem naar Turkije te gaan. Werd het niets, dan maakte ik er toch gewoon een leuke vakantie van? Tijdens mijn bezoek werd me duidelijk dar ik tot over mijn oren verliefd was op Can en hij ook op mij. Bij hem voel ik me veilig. Ook is hij erg romantisch: een man van kaarsjes en nachtelijke strandwandelingen. Zo lief! Can vertelde me eerlijk dat hij vanaf het eerste moment wist dat ik de vrouw voor hem was. Toen hij me voor het eerst zag, wilde hij dat niet zeggen omdar ik toen nog een vriend had. Hij wilde niet stoken in mijn relatie. Maar diep in zijn hart voelde hij dat we bij elkaar horen. Die vakantie hebben we veel gepraat; over onze relatie, over de toekomst. Van het samenzijn heb ik intens genoten. Het afscheid viel me daarom ontzettend zwaar. Ik wilde dolgraag bij hem blijven en heb de hele vliegreis gehuild. Dat het afscheid zo heftig zou zijn, had ik niet verwacht.”

Opwinding
“Ik vind het heel moeilijk dat mijn vriend zo ver weg woont. Maar ik vertrouw hem en weet dat ik de enige vrouw voor hem ben. Mijn vriendinnen zijn het met me eens. Ze hebben gezien hoe lief hij is en begrijpen dat ik voor hem ben gevallen. Mijn ouders wilden Can ook nog een keer zien en zijn speciaal voor hem naar Turkije gegaan om hem beter te leren kennen. Ze vinden het leuk voor me dat ik een relatie met hem heb. In het begin vroegen ze of ik er wel goed over na had gedacht. Maar nu ze weten dat het serieus is tussen ons, hebben ze hem helemaal geaccepteerd. Daar ben ik heel blij mee. Ik ben nu al een aantal keer naar Turkije geweest. En op 28 december 2007 is Can voor het eerst naar Nederland gekomen. Toen ik hoorde dat hij kwam, kon ik niet wachten tot het zover was. Van alle opwinding kon ik niet slapen. Samen met mijn ouders heb ik hem van Schiphol gehaald. Ik was helemaal door het dolle heen. Toen ik hem aan zag komen lopen, rende ik op hem af en viel hem in de armen. Het was geweldig om hem na al die tijd weer vast te houden. Ik had hem zo gemist en hij mij ook. Can blijft drie maanden bij mij. Helaas moet ik die periode gewoon werken. Maar ik hoop toch een paar dagen vrij te krijgen, zodat ik hem mijn land kan laten zien. Can wil in ieder geval dolgraag naar Alkmaar, hij is groot fan van AZ. En natuurlijk gaan we naar Amsterdam en bij mijn vriendinnen op visite. Hij heeft zelf ook vrienden in Nederland wonen die hij graag wil bezoeken. We hebben zoveel mooie plannen, al vrees ik dat de tijd die we samen hebben te kort zal zijn. Maar ik geniet er heel erg van dat hij bij me is! In de toekomst hoop ik met Can samen te gaan wonen. Of dat Turkije of Nederland wordt, weet ik niet. Maar een ding weet ik wel zeker: met Can wil ik oud worden!”