Verschijningsdatum: Girlz! X-tra, winter 2007
Rubriek: Real Life
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

IK MIS JE ZO…
Iemand verliezen is altijd verschrikkelijk, of het nu je oma, opa, tante of huisdier is. Het is extra verdrietig als een heel dierbare persoon plotseling uit je leven wordt weggerukt. Aan Girlz! vertellen drie dappere en sterke meiden hoe het os om een zus, moeder of vader te verliezen.

JITSKE (16): “WIETSKE WAS HEEL ERG ZIEK”
“Op 6 juli 2005 werd er bij mijn zus Wietske leukemie ontdekt. Leukemie is bloedkanker, je hebt dan abnormaal veel witte bloedcellen. Wietske was naar een feestje geweest en de dag erna voelde ze zich niet lekker. Ze dacht dat ze een griepje had opgelopen. Ook had ze opgezette klieren en koorts. Omdat ze het niet vertrouwde ging ze naar de dokter. Ze werd onderzocht en de dokter nam bloed af. Twee uur later belde de dokter op, hij vertelde dat haar bloed er niet goed uitzag. Ze moest meteen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek en ’s avonds kregen we het slechte nieuws te horen. Ze was toen pas vijftien jaar. Het was voor ons ontzettend schrikken, zoiets verwacht je niet van een jonge, gezonde meid. Meteen toen het bekend was dat ze leukemie had, is ze begonnen aan een chemokuur. In september van dat haar kreeg ze een infectie waardoor ze heel erg ziek is geworden. Zo erg zelfs, dat ze een paar dagen op de intensive care heeft gelegen. Het was voor mijn ouders en mij heel erg naar om haar daar te zien liggen. Zo vaak als we konden, gingen we bij haar op bezoek. Op 21 oktober was ze klaar met de behandeling, maar ze moest nog wel vaak ter controle naar het ziekenhuis. Alles leek goed te gaan. Ze ging weer naar school, turnen, paardrijden en deed leuke dingen met vrienden en vriendinnen. Na het behalen van haar vmbo-diploma, gingen we in juli 2006 met het gezin voor negen dagen naar een paardenranch in Amerika. Dat werd allemaal geregeld door Stichting Doe een Wens. Dat was een te gekke ervaring en we hebben ontzettend genoten. Ik heb er heel fijne herinneringen aan.”

Heel verdrietig
“Helaas kreeg Wietske een week na terugkomst in Nederland heel slecht nieuws: de leukemie was teruggekomen. Meteen de dag erna werd ze weer opgenomen in het ziekenhuis. Ze kreeg zware chemo’s en is twee keer bestraald als voorbereiding op een beenmergtransplantatie. In het beenmerg worden bloedcellen aangemaakt, met dat nieuwe beenmerk hoopten ze de leukemie te stoppen. De behandeling ging best goed en het beenmerg sloeg goed aan. Na vier maanden, het was toen 13 november, mocht ze het ziekenhuis verlaten. Het was fijn om haar weer dicht bij ons te hebben. Maar precies twee maanden later, op 13 januari 2007, kregen we het verschrikkelijke bericht dat de leukemie ondanks alle chemo’s en de beenmergtransplantatie toch terug was gekomen. Wietske was een onwijze knokker en ze wilde beter worden. Maar nu was ze het zat om weer aan de behandelingen te beginnen. Haar lichaam was helemaal op, ze kon niet meer. Bovendien was de kans dat de behandeling zou aanslaan heel erg klein… Toen ik hoorde dat mijn lieve zus nooit meer beter zou worden, schrok ik heel erg. Ik had nooit verwacht dat ze dood zou gaan. In het begin geloofde ik het gewoon niet. Het kon niet waar zijn, mijn grote zus. Maar later drong het tot me door. Ik was ontzettend verdrietig. Natuurlijk was het ook vreselijk voor mijn ouders en zeker voor Wietske zelf. Ze was zo’n sterke meid.”

Mooi en ontroerend
“Na het slechte nieuws heeft ze nog negen dagen geleefd. Op 22 januari is ze thuis in haar eigen kamer op 17-jarige leeftijd overleden. Ze was heel moe en viel langzaam in een steeds diepere slaap. Mijn ouders, onze halfzus Ryanne, Wietskes vriend en ik waren erbij toen ze haar laatste adem uitblies. Het was een ontzettend zwaar en emotioneel moment. Ik had nooit gedacht dat het zo snel zou gaan. Ik vond het erg moeilijk om te begrijpen dat ze dood was, en eigenlijk kan ik het nog steeds nauwelijks geloven dat ze er niet meer is. Gelukkig heb ik nog wel een beetje afscheid van haar kunnen nemen. Dat geeft toch wel wat rust. Op de condoleance mocht iedereen iets op de deksel van de kist schrijven en dat heb ik ook gedaan. En ook op de zijkant van de kist heb ik lieve woorden geschreven en een tekening gemaakt. Op haar begrafenis heb ik een zelfgeschreven verhaal voorgelezen. Dat was heel moeilijk, maar ik vond het fijn om iets over haar te vertellen, over hoe ze was. Wat ik heel mooi vond is dat klasgenootjes van Wietske haar naar haar laatste rustplaats hebben gebracht. Haar verzorgpaard Gloria liep voorop. Ik vond de begrafenis erg mooi en ik denk dat Wietske het zo ook gewild heeft. Ik ben nog erg verdrietig en denk heel vaak aan mijn zus. Gelukkig kon en kan ik altijd bij mijn lieve vriendinnen terecht. Zij zijn er echt voor mij, net als mijn ouders, tante en andere familieleden. Na het overlijden kregen we ook heel veel mooie, lieve en ontroerende kaartjes. Ik vind het moeilijk om over mijn zus te praten en doe het dan ook niet vaak. Ook voor mijn ouders is haar overlijden als een klap aangekomen. Ze hebben nog veel verdriet. Sommige dagen gaat het wel redelijk, maar er zijn ook dagen dat het helemaal niet gaat. Dan staan de tranen in mijn ogen als ik aan haar terug denk. Ik heb het nog niet echt een plekje kunnen geven. Het is nog maar zo kort geleden dat het is gebeurd.”

Positief
“Wietske was echt een superlieve zus. Ze was altijd vrolijk en positief. Zelfs in het ziekenhuis maakte ze vaak grapjes met de zusters. Ze was altijd aanwezig, op een leuke manier. Ze had een mooie glimlach en de tijd die we hebben beleefd in Amerika was super. We hadden gewoon zoveel lol. Verder was ze helemaal gek op haar verzorgingspaard Gloria. Daar kon ze uren zoet mee zijn. Natuurlijk hadden we ook wel eens ruzie, maar dat hebben alle zusjes. Toen ze hoorde dat ze ziek was, is onze band sterker geworden. Ik kon goed met haar praten over meidendingen.. Ze was als een grote zus moet zijn en ik zag haar als een voorbeeld. Ik denk nog superveel aan haar, er gaat geen dacht voorbij dat ze niet in mijn gedachten is. En ik zal haar never nooit vergeten. Ik geloof best dat er iets is na de dood, maar ik weer niet wat. Ik weet dus ook niet of ze nu bij me is, maar als dat kon, weet ik zeker dat ze er zou zijn! Meiden die ook een dierbaar iemand hebben verloren of misschien gaan verliezen wil ik heel veel sterkte wensen. Ik weet hoe moeilijk het is. Praat er vooral over, dat lucht op en het helpt je om het te kunnen verwerken. Blijf hoop houden en wees positief. Al ik de kans zou krijgen zou ik Wietske willen vragen hoe het met haar gaat. Ook zou ik zeggen dat ik haar ontzettend mis en dat ik onwijs veel van haar hou.”

LICHELLE (12): “IK LIJK ERG OP MIJN MOEDER, DAAR BEN IK TROTS OP”
“Nog voordat ik geboren was, was mijn moeder al niet lekker. Mijn ouders woonden net een halfjaar samen, toen mijn vader bij thuiskomst mijn moeder op de grond zag liggen. Hij schrok zich rot en heeft haar zo snel mogelijk naar het ziekenhuis gebracht. De dokter die haar onderzocht kon niets vinden. Maar voor de zekerheid liet hij toch een hersenscan maken. Helaas bracht deze scan slecht nieuws: mijn moeder had een hersentumor. Ze was pas 21 en nog in de bloei van haar leven. Het was ontzettend schrikken, maar mijn moeder was een vechter en zou ervoor knokken om beter te worden. Ze heeft veel operaties, bestralingen en chemokuren ondergaan. Heel naar. Mijn ouders wilden graag kinderen en vroegen aan de arts of dat nog kon na al die behandelingen. Ook als was de hersentumor nog niet helemaal toch, toch was het mogelijk een kindje op de wereld te zetten. In juli 1995 ben ik via een keizersnede geboren. Een natuurlijke bevalling was te zwaar omdat er dan te veel druk op het hoofd van mijn moeder kwam te staan.”

Onbegrijpelijk
“Net als alle andere kinderen groeide ik op met twee ouders. Omdat mijn moeder nog niet helemaal genezen was, deed mijn vader veel in het huishouden en hij nam het grootste deel van de verzorging van mij op zich. Mijn moeder had bijvoorbeeld nauwelijks gevoel in haar rechterarm en ze zou me kunnen laten vallen als ze me in bad zou doen. Het ging allemaal prima en we waren een gelukkig gezinnetje. Maar toen ik drie jaar was, sloeg het noodlot opnieuw toe. Mijn vader was naar zijn werk en ik was alleen thuis met mama. Toen ze naar de zolder liep, gleed ze uit op de trap. Ze kwam op haar hoofd terecht en bloedde heel erg. Ik was ontzettend bang. Omdat ik nog maar zo klein was, wist ik niet wat ik moest doen. Uiteindelijk ben ik naar de buren gegaan. Zij hebben mijn vader en de dokter gebeld. Mama werd naar het ziekenhuis gebracht, waar ze behandeld werd. Maar het ging steeds slechter en slechter, ze had veel pijn. Ik vond het naar om te zien. Al was ze pas dertig jaar, ze wist dat haar einde was gekomen en ze wilde graag in vrede sterven, zonder al te veel pijn. Met veel verdriet is er gekozen voor euthanasie. Mijn vader was erbij toen ze insliep. Ik was bij de buren ondergebracht. Van de ene op de andere dag had ik geen moeder meer. Ik was toen vier jaar en snapte er niet veel van. Mama is gecremeerd en later is haar as in Oostenrijk uitgestrooid. Dat wilde ze heel graag. Op een gegeven moment moest mijn vader weer aan het werk, dus kon hij overdag niet meer voor mij zorgen. Doordeweeks woonde ik bij een zus van mijn moeder en in het weekend was ik bij papa. Het ging niet goed met mij, ik kon alleen maar huilen. Ik miste mijn moeder en natuurlijk ook mijn vader. Toen het echt niet meer ging, kon ik bij de zus van mijn vader terecht. Zij woonde vlak bij papa en zo kon ik ’s avonds gewoon naar huis. Dat vond ik heel fijn.”

Lieve papa
“Ik heb er absoluut geen moeite mee op over mijn moeder te praten. Maar waar ik wel een hekel aan heb, is dat mensen me niet begrijpen. In groep zeven ging ik naar een praatgroep waar ik met andere kinderen praatte over het verlies van een dierbare persoon. Dat heeft wel geholpen. Ik merkte dat ik niet alleen was. Maar ik vond het ook confronterend. Er was een meisje dat haar moeder had verloren en nu bleek haar vader een hersentumor te hebben. Daar schrok ik erg van. Wat nou als ik ook mijn vader zou verliezen? Dat idee maakt me bang, ik wil mijn vader niet kwijt. Ik heb geleerd dat je in jezelf moet geloven. Al heb je nog zoveel verdriet, je moet verder met je leven, hoe moeilijk dat ook is. Je leeft tenslotte maar een keer. Mijn moeder was een lieve vrouw. Ze stond altijd voor iedereen klaar en ze kon heel goed plannen. Ondanks dat ik nog heel klein was toen ze stierf, heb ik gelukkig nog wel veel herinneringen aan haar. Bijvoorbeeld dat ze me altijd in haar rolstoel op kwam halen van school. Dat vond ik leuk. Ook zong ik altijd een liedje met haar dat Ik Hou Van Jou heet. Als ik daaraan denk, krijg ik warm gevoel van binnen. Mijn familie vindt dat ik op mijn moeder lijk. IK heb hetzelfde haar als zij en net zulke ogen en wimpers. Mijn opa en overgrootmoeder hebben me zelfs een paar keer Liesbeth genoemd, zo heette mijn moeder. Ik vind het leuk dat ik op haar lijk en ben er trots op. Als ik haar nog een keer iets zou kunnen zeggen, zou ik haar vertellen dat ik haar nooit vergeet en superveel van haar hou. Wanneer ik andere meiden met hun moeder zie lopen, voel ik me wel eens leeg. Jaloers ben ik niet, want ik gun iedereen een moeder. Maar ik zou ook wel eens met mijn moeder de stad in willen en over meidendingen willen praten. Gelukkig heb ik een heel lieve tante met wie ik dat kan doen. Ook ben ik heel blij met mijn vader. Hij is een soort van vader en moeder in een. Hij kookt voor me en doet de was. Hij doet heel erg zijn best om alles zo goed mogelijk voor elkaar te hebben. Ik ben heel trots op hem. Ik zou echt niet weten wat ik zonder hem moet. We hebben het altijd gezellig en ik hou heel veel van hem.”

TANNE (14): “MIJN VADER WAS ALTIJD VROLIJK EN GEZOND”
“Vanaf mijn zesde heb ik met mijn ouders en broertje en zusje vier jaar in Amerika gewoond. Mijn vader kreeg daar een baan aangeboden en we konden kiezen: of we zouden papa alleen in de vakanties zien, of we zouden met z’n allen daarheen verhuizen. Wij kozen voor het laatste. Het leek me superspannend om in een ander land te gaan wonen, naar een nieuwe school te gaan en een andere taal te leren. Natuurlijk miste ik mijn vriendinnetjes in Nederland, maar ik maakte daar veel nieuwe vrienden. Omdat we vlakbij de bergen woonden, konden we bijna elk weekend gaan skiën. Fantastisch vond ik dat. Ik genoot er ontzettend van. Toen van mijn vader een andere baan in Nederland kreeg aangeboden, zijn we teruggegaan. Ik vond het erg leuk om mijn familie en vriendinnen na al die tijd weer te zien.”

In het ziekenhuis
“Op een dag, zo’n twee jaar geleden, zat mijn vader in de auto op weg naar zijn werk. Opeens voelde hij zich niet helemaal lekker en hij had pijn op zijn borst. Hij was eigenlijk nooit ziek, dus dat was vreemd. Hij belde de dokter, maar die dacht dat er niets aan de hand was en adviseerde om later in de week maar eens langs te komen. Meteen daarna belde mijn vader met mijn moeder en zij zei dat het misschien beter was als-ie toch maar even naar het ziekenhuis zou gaan. Daar is hij zelf heengereden. Toen mama ons uit school kwam halen, vertelde ze dat papa in het ziekenhuis lag en dat we naar hem toe zouden gaan. Ik maakte me niet heel veel zorgen, ik dacht dat hij er alleen maar ter controle lag. Mijn ouders dachten dat zelf ook. Hij zou gauw weer mee naar huis komen. Ik weet nog wel dat ik het vreemd vond om mijn vader in een ziekenhuisbed te zien liggen. Het leek voor mijn gevoel helemaal niet alsof hij ziek was. Hij was gewoon de papa die ik ken, vol energie en humor. Mijn vader lag op de hartafdeling. Artsen onderzochten hem en deden wat testjes. Ze dachten dat hij een kleine hartaanval had gehad. Het was niets ernstigs, dus ik was niet bang dat er iets zou gebeuren. Maar de artsen hadden het mis, er was wel degelijk meer aan de hand. Toen het bezoekuur was afgelopen, gingen mijn broertje, zusje en ik naar onze buren. Mama bleef in het ziekenhuis. Ik zei mijn vader gedag en gaf hem een kus. En ik zei dat ik hem morgen wel weer zou zien. Geen seconde is het in me opgekomen dat dat de laatste keer kon zijn dat ik hem levend zag. Later op de avond ging alles mis. Wat er in het ziekenhuis allemaal gebeurd is weet ik niet, maar mijn vader kwam helaas te overlijden. Een van zijn belangrijkste aders had een zwakke, dunne plek en die is geknapt. Het is toevallig in het ziekenhuis gebeurd, maar die ader had net zo goed eerder of zelfs later kunnen knappen. Toen mijn moeder laat op de avond thuiskwam, barstte ze in tranen uit en wij kropen tegen haar aan. Ik ben het type dat graag praat, maar nu was ik heel stil, ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik kon niet geloven dat hij er niet meer was, mijn vader is maar 42 geworden. Uiteindelijk vroeg ik of ik een vriendinnetje mocht bellen. Het was al laat en ze lag al te slapen, maar haar vader was zo lief om haar wakker te maken. Ik vond het fijn om met haar te praten, het luchtte op.”

Moeilijk
“Voordat mijn vader begraven werd, ben ik nog een keer naar het ziekenhuis gegaan om hem te zien. Dat vond ik erg naar, vervelend en vooral griezelig. Ik zag wel mijn vader, maar hij was niet de papa die ik kende. Ik zag alleen zijn lichaam en verder niets. Het was heel akelig. Mijn moeder wilde graag dat papa thuis opgebaard werd. Eigenlijk vind ik dat niet zo leuk, ik vond het moeilijk om hem zo te zien. Ik wilde me mijn vader herinneren zoals-ie was. Een lieve, vrolijke man. Een begrafenis is nooit leuk, maar ik vond het echt heel naar. Ik had geen behoefte aan al die mensen die me kwamen condoleren. De meeste kende ik niet eens. Vrienden en familie toonden gelukkig heel veel begrip, dat is erg fijn in zo’n verdrietige periode. De begrafenis zelf was erg mooi. We waren niet in het zwart gekleed, dat zou mijn vader niet gewild hebben. En bovendien maken zwarte kleren het alleen maar somberder. Wat ik erg fijn en lief vond, was dat veel van mijn vrienden en vriendinnen aanwezig waren. Na de ceremonie stonden ze bij me en ik kreeg een dikke knuffel. Dat maakte me weer een beetje aan het lachen. In het begin vond ik het soms moeilijk om te lachen, het voelde alsof ik niet vrolijk mocht zijn. Maar ik vind juist dat je sterk moet zijn en moet lachen. Ik weet zeker dat mijn vader dat gewild zou hebben. Sinds de begrafenis van papa ben ik alleen nog op de begrafenis van mijn overgrootmoeder geweest. Ze was al oud en dat maakte het voor mij minder emotioneel. Als nu iemand zou overlijden die nog erg jong is, dan denk ik niet dat ik daar geen kan gaan. Het is erg zwaar om afscheid te nemen van een jong en gezond iemand. Je neemt afscheid van iemand van wie je geen afscheid wilt nemen.”

Trots op mama
“Ik herinner me mijn vader als een vrolijke en opgewekte persoon. Ik vond hem zo geweldig. Hij hield van reizen en sporten. Hij was supergezond, ik snap niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Hij genoot van alles, zijn werk, zijn vrouw en vooral zijn kinderen. Hij deed heel veel leuke dingen met ons, zoals kamperen en snorkelen. Hij maakte altijd grapjes en was een enorme knuffelbeer. Door de dood van mijn vader ben ik zelf veel knuffeliger geworden. Ik mis gewoon de knuffels die ik van papa kreeg. Van hem heb ik geleerd om optimistisch te blijven en dat je in jezelf moet geloven. In mijn vader mis ik niet alleen een papa, maar ook een goede vriend om mee te lachen, spannende avonturen te beleven en een maatje om mee te praten als dat nodig is. Er is niemand die hem kan vervangen en dat zou ik trouwens ook niet willen. Soms krijg ik zomaar opeens tranen en mis ik hem verschrikkelijk. Als ik andere meiden met hun vader zie lopen, voel ik wel eens een pijnlijke steek. Maar jaloers ben ik niet, ik gun iedereen een lieve vader. Sinds mijn vader er niet meer is, is er veel bij ons veranderd. Mijn moeder voedt nu alleen drie kinderen op en dat is niet altijd even makkelijk. Mama is heel bezorgd en ze wil altijd precies weten waar we zijn, met wie en hoe laat we thuiskomen. Soms vind ik dat vervelend, maar ik begrijp het wel. Ze os gewoon bezorgd dat ons iets overkomt. Ik heb heel veel bewondering voor mijn moeder. Ik ben trots op haar om hoe ze met de dood van papa omgaat. Ze gaat verder voor ons. Als het zou kunnen zou ik mijn vader dolgraag willen vertellen hoe het met ons gaat en wat we allemaal beleven. Ook zou ik hem zeggen dat ik hem mis en ontzettend veel van hem hou. Soms vraag ik me ook wel eens af hoe hij bepaalde dingen zou hebben gevonden. Bijvoorbeeld als ik een goed cijfer heb gehaald op school. Naar het graf ga ik eigenlijk nooit. Ik weet dat hij een mooie rustplaats heeft en mijn moeder onderhoudt het graf graag, Ze gaat er met veel liefde heen. Maar ik vind het te confronterend, het maakt me heel verdrietig. Ik herinner me hem liever door naar foto’s en films van hem te kijken. Ik moet verder met mijn leven, hoe moeilijk dat soms ook is. Maar ik blijf positief en de herinnering aan mijn lieve vader zit diep, heel diep in mijn hart.”

Afscheid nemen van een heel dierbare persoon is vreselijk. Je voelt je leeg en alleen. Je weet niet wat je moet doen. Op www.achterderegenboog.nl ( de site van Stichting Achter de Regenboog) vind je veel info over rouwverwerking en kun je terecht op een forum waar je met anderen je ervaringen en gevoelens kunt delen. Ook kun je een mooie online gedenkplaats maken op www.herinnerdingen.nl