Verschijningsdatum: Girlz! nummer 5, 3aril – 28 april 2008
Rubriek: Real Life
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

Help, ik heb faalangst!

Urenlang heb je zitten blokken op dat belangrijke proefwerk geschiedenis. Maar ondanks je goede voorbereidingen ben je toch bang dat het fout gaat. Je hart gaat hevig tekeer, je begint te zweten en krijgt het benauwd. Komt dit je bekend voor? Dan heb je misschien faalangst. Maar wat is dat eigenlijk en wat kun je eraan doen?

Wat is faalangst?
Zoals het woord al zegt, is faalangst de angst dat iets niet goed gaat. Oftewel, dat je faalt. Bijvoorbeeld als je een spreekbeurt of proefwerk hebt. Of wanneer je de hoofdrol heb in de schoolmusical. Hoe goed je je ook hebt voorbereid, toch ben je band dat het fout gaat. Faalangst is veel heftiger dan ‘gewone’ zenuwachtigheid. Het is niet leuk en kan je heel onzeker maken. Zo erg zelfs dat je bijvoorbeeld geen vragen meer aan je leraar durft te stellen uit angst dat hij je vraag gek vindt of dat je klas je gaat uitlachen. Omdat je heel erg bang bent, presteer je onder je niveau.

Hoe kom je eraan?
Faalangst kan erfelijk zijn, maar dat is niet altijd het geval. Soms maak je een nare gebeurtenis mee waardoor je angstig wordt. Bijvoorbeeld als je erg gepest wordt. Maar het kan ook zijn dat je ouders je ontzettend pushen om een goed cijfer te halen of om heel goede sportprestaties neer te zetten. Je wilt ze niet teleurstellen en doet heel erg je best. Als je een wat minder goed cijfer haalt, ben je bang dat je ouders je een mislukkeling vinden. Dat levert veel stress op. Een beetje gezonde aanmoediging mag best, maar het is niet goed als je ouders je te erg pushen. Niet iedereen is overal even goed in. Voel je dus absoluut niet schuldig als het een keer wat minder gaat.

Heb jij er last van?
Bij faalangst denk je snel aan verlegen mensen die stilletjes in een hoekje zitten. Maar dat i niet altijd zo. Ook het stoere meisje dat altijd grapjes maakt kan faalangst hebben. Om dat te verbergen gaan mensen juist grappig doen. Zo heeft niemand door dat ze in werkelijkheid bang zijn dat ze een proefwerk verpesten. Als je faalangst hebt, heb je meestal een negatief zelfbeeld. Dat betekent dat je jezelf niet oké vindt. Je wilt perfect zijn. Bijvoorbeeld allemaal tienen te halen op school. Omdat je de lat heel hoog legt, ligt er een grote druk op je schouders. Je weet dat het moeilijk is en bent erg bang dat het niet lukt. Als je faalangst hebt, vind je het ook moeilijk om complimentjes te krijgen. Want waarom krijg je een compliment als je zelf niet vindt dat het goed is gegaan? Accepteer toch die lovende woorden. Je vriendin of leraar prijst je niet voor niets.

Gezonde spanning
Positieve faalangst bestaat ook, alleen wordt dit meestal ‘gezonde spanning’ genoemd. Iedereen die wel eens een spreekbeurt heeft gehouden weet hoe lastig dat is. De zenuwen gieren door je lijf. Dat is een gezonde spanning die je nodig hebt om goed te kunnen presteren: je wordt er ‘scherp’ van. Normaal gesproken valt die spanning van je af op het moment dat je begonnen bent. Pas als je lichaam helemaal blokkeert, heb je last van negatieve. ‘echte’ faalangst. Helder nadenken lukt niet meer, je geheugen loopt vast. Dat is anders dan ‘gezonde spanning voelen’…

Soorten faalangst
Er zijn verschillende soorten faalangst.
– De angst dat er iets misgaat bij het maken van je huiswerk, proefwerken, examens of werkstukken. Nog voordat je bent begonnen denk je dat je het niet kunt en ales fout doet. Dit is cognitieve faalangst.
– Angst om in het openbaar iets te zeggen. Bijvoorbeeld voor het houden van een boekbespreking of spreekbeurt. Je bent bang dat de klas je gaat uitlachen. Door de angst blokkeert je lichaam en kun je een black-out krijgen. Dit wordt ook wel sociale faalangst genoemd.
– Tot slot is er nog motorische faalangst. Dit is angst om je lichaam te gebruiken. Bijvoorbeeld bij een gymles. Door de angst spannen de spieren heel erg samen.

Wat kun je eraan doen?
Als je hevige, negatieve faalangst hebt en dat zo erg je leven beheerst dat je er bijvoorbeeld niet goed door kunt slapen, of dat je dingen daardoor niet meer durft te ondernemen, moet je er iets aan doen. De eerste stap is erover praten! Bijvoorbeeld met je ouders. Of als dat voor jouw gevoel niet kan, met een vertrouwenspersoon op school of met je huisarts. Samen met hem of haar kun je uitzoeken wat jou kan helpen. Er bestaan speciale faalangsttrainingen, waardoor je er vanaf kunt komen. Die worden door het hele land gegeven, misschien zelfs wel bij jou op school. Jouw vertrouwenspersoon op school of de huisarts kan je verder helpen en je ‘doorverwijzen’.

Wist je dat…
… ongeveer 10% van alle jongeren tussen de twaalf en veertien jaar last heeft van faalangst?
… 24% van alle eindexamenleerlingen in Nederland last heeft van examenvrees? Je bent dus echt niet de enige als jij dit hebt!
… zowel mannen als vrouwen last hebben van faalangst?

Tips om de kans op faalangst zo klein mogelijk te maken

– Ga op tijd nar bed. Als je uitgerust bent, presteer je makkelijker. Na een uurtje hard blokken mag je best even vijf minuten iets leuks doen, bijvoorbeeld muziek luisteren.
– Studeer in een rustige omgeving, zodat je je beter kunt concentreren.
– Als je op de grote dag een vraag niet weet, raak dan niet in paniek. Ga gewoon naar de volgende vraag die je wel weet.
– Voel je een paniekaanval opkomen? Sluit je ogen en haal een paar keer diep adem. Zo word je vanzelf rustiger.
– Laat je niet gek maken door leerlingen die eerder klaar zijn met hun proefwerk. Haastige spoed is zelden goed.
– Tot slot: je kunt niet meer doen dan je best. Zet ‘m op!

Fanny (16): “Ik kreeg een knalrood hoofd en mijn hart bonsde heel erg”
Fanny: “Vroeger ben ik veel gepest. Klasgenootjes vonden me niet aardig en maakten nare opmerkingen. Ze noemden me lelijkerd of heks. Waarom? Ik weet het echt niet. Als ik foto’s van mezelf uit die periode bekijk, zie ik een leuk meisje. Wanneer ik van de leraar een stukje moest voorlezen, luisterde niemand naar me. Als we klassikaal gingen lezen, was ik doodsbang dat ik uitgekozen zou worden. Mijn ouders en de leraar hadden niet in de gaten hoe het met me ging. Ja, ze vonden me wat stilletjes, maar verder ging het volgens hen prima. Ik durfde ook niet te vertellen dat ik bang was. Ik schaamde me. Wat vond ik het vreselijk toen we in groep zes onze eerste spreekbeurt moesten houden. Ik vond het doodeng om voor de klas te staan. Ik wilde een goede indruk maken en had me supergoed voorbereid. Maar op het moment dat ik voor de klas stond en ik al die ogen op mij gericht zag, klapte ik dicht. Ik wist echt niets meer en kwam niet uit mijn woorden. Ik kreeg een knalrood hoofd en mijn hart bonsde heel erg. Later werd de Cito-toets ook een ramp. Twee weken lang sliep ik slecht en op de dag zelf kreeg ik geen hap door mijn keel. Stel je voor dat ik alles fout had? De uitslag viel achteraf wel mee, ik kreeg havo-advies. Toch was ik er niet blij mee. Ik wilde zoveel meer! Mijn ouders waren wel hartstikke trots op me.”

Eindexamen
“Toen ik naar de middelbare school ging, had ik me voorgenomen om me niet te laten pesten. Vanaf de eerste dag deed ik erg stoer en maakte het ene na het andere grapje. En het werkte, iedereen vond me aardig. Ik dacht dat hiermee de problemen waren opgelost. Maar toen het eerste proefwerk in zicht kwam, was ik zenuwachtiger dan ooit. Ik wilde mezelf en de klas niet teleurstellen. Ik haalde uiteindelijk een dikke negen. Maar tevreden was ik niet. Tot de derde klas ging het prima met me. Niemand wist van mijn faalangst af. Tot ik op een dag letterlijk instortte. Ik kon gewoon niet meer doen alsof er niets aan de hand was. Via de huisarts kwam ik bij een lieve therapeute terecht. Al vrij vlot kwam zij erachter dat ik faalangst heb. Ik kreeg oefeningen mee naar huis, bijvoorbeeld hoe ik het beste kon ademen. En het heeft geholpen. Ik zit niet meer in therapie en ben een stuk rustiger bij een proefwerk of spreekbeurt. En als het even niet gaat, haal ik diep adem en zeg ik tegen mezelf dat ik het wel kan. Dit jaar doe ik eindexamen, spannend. Mijn cijfers zijn goed en ik weet dat de kans dat ik slaag bijna honderd procent is. Maar toch ben ik wel bang. Ik wil niemand teleurstellen. Ik ben al hard aan het leren en doe er alles aan om goed te presteren. Gelukkig weten mijn ouders me soms af te remmen en te stimuleren. Dan gaan we bijvoorbeeld een dagje weg. Daardoor ben ik even met mijn gedachten ergens anders en dat is superfijn. Meiden die ook faalangst hebben, schaam je niet en zoek hulp. Praat erover met je ouders of vriendinnen. Enne, een wijze les die ik heb geleerd: je kunt niet meer doen dan je best!”

Lisa (14): “Mijn ouders zijn enorm trots op mijn broer, niet op mij”
Lisa:
“Mijn broer Cas haalt altijd goede cijfers zonder al te veel moeite te doen. Mijn ouders zijn natuurlijk hartstikke trots op hem. Op familiefeestjes scheppen ze over hem op. Maar over mij zeggen ze niets. Ik ben niet zo slim als mijn broer. Het kost mij veel moeite om een zeven te halen voor een proefwerk. Geen slecht cijfer, maar mijn broer haalt zonder te leren al een acht. Omdat mijn ouders zo trots op Cas zijn, wil ik ze niet teleurstellen. Bij alles wat ik doe, denk ik aan wat mijn ouders ervan zouden vinden. Dat is heel vermoeiend. De lat ligt voor mij te hoog waardoor ik gestresst ben en weinig slaap. Ik heb nu bedacht dat ik binnenkort naar de dokter wil gaan, zonder dat mijn ouders het weten. Hij heeft een beroepsgeheim, dus hij mag er toch niets over zeggen. Ik hoop dat ik een cursus kan gaan volgen om zekerde van vanzelf te worden.”