Verschijningsdatum: Girlz! nummer 3, 5 februari – 4 maart 2007
Rubriek: Mijn Verhaal
Auteur: Marije Hoogeveen (de Hoon)

Pauline (17): ‘Ik had een bijna-doodervaring

 
Geloof jij in leven na de dood en dat er meer is tussen hemel en aarde? Pauline dacht er wel eens over na, maar kon zich er niets bij voorstellen. Totdat ze door een verkeersongeval in coma raakte en een bijna-doodervaring had. Aan Girlz! vertelt ze haar bijzondere verhaal.
 
‘Voor veel mensen is de dood iets waar ze zich totaal geen voorstelling van kunnen maken. De één gelooft heilig in een leven na de dood, de ander absoluut niet. Sommigen weten zeker dat er een hemel en een hel zijn. Zelf stond ik er eigenlijk niet zo bij stil. Ik was nog lang niet van plan dood te gaan en er zijn veel fijnere dingen om over na te denken. Toen mijn opa overleed dacht ik er wel wat vaker over na, bijvoorbeeld waar we heen gaan als we dood zijn en hoe het op die plek zou kunnen zijn, maar daar bleef het bij. Ruim twee jaar geleden maakte ik echter iets bijzonders mee waardoor ik heel anders naar het hiernamaals ben gaan kijken. Op mijn veertiende raakte ik betrokken bij een verkeersongeluk. Samen met mijn zusje Marieke fietste ik naar mijn oma. Ze woonde ongeveer een kwartier fietsen bij ons vandaan. Sinds de dood van opa, twee jaar eerder, aten we elke zondagmiddag samen een broodje en deden we een spelletje. Marieke en ik waren gezellig aan het kletsen toen ik opeens werd geschept door een auto die veel te hard reed. Zelf weet ik niet meer wat er is gebeurd, maar later hoorde ik dat er twee jongens van 19 een racewedstrijdje aan het doen waren. Ze reden keihard en op een gegeven moment wilde de een de ander inhalen. Hij had er geen rekening mee gehouden dat mijn zusje en ik daar fietsten. Het was een onoverzichtelijke bocht, ze hadden me nooit kunnen zien. Maar met een beetje verstand doe je zoiets niet, levensgevaarlijk! Op het moment dat ik werd geraakt, reed die auto ongeveer 80 kilometer per uur. Ik werd tientallen meters meegesleurd. De eerste klap kan ik me nog wel herinneren. Het deed ongelooflijk veel pijn. In een flits zag ik mijn zusje en het verschrikte gezicht van de bestuurder. Marieke viel in de berm en brak daarbij haar arm op twee plaatsen en liep een aantal flinke schaafwonden op. Ik was daarentegen meteen buiten bewustzijn. Gelukkig maar, want anders zou ik verschrikkelijk veel pijn hebben gehad.’
 
Reanimatie
‘Vrij snel waren de politie en een ambulance ter plaatse. De weg werd afgezet voor het andere verkeer. Met gillende sirenes werd ik naar het ziekenhuis gebracht. Op zich was ik redelijk stabiel, maar het ambulancepersoneel nam het zekere voor het onzekere. Op de trauma-afdeling werd ik van top tot teen onderzocht. Ik had veel inwendige kneuzingen en bloedingen, een gebroken kaak, gebroken ribben en diepe schaafwonden. Veel heb ik er niet van gemerkt omdat ik in coma lag. Nadat ik gestabiliseerd was, werd ik naar de intensive care gebracht. Mijn ouders en Marieke, die ondertussen ook in het ziekenhuis waren gearriveerd, mochten mee. Ze waren vreselijk geschrokken. De artsen vertelden dat ze niet wisten hoe ik uit de coma zou komen, als ik er überhaupt al uit kwam. Dat was afwachten. Voor mijn ouders en Marieke was het vreselijke periode. Ik lag aan allemaal slangetjes en apparatuur, overal klonken piepjes. Mijn ouders hadden foto’s van me gemaakt. Die heb ik later gezien en ik schrok me kapot. Ik zag er echt niet uit! In totaal heb ik zo’n anderhalve week in coma gelegen. Na twee dagen ging het opeens heel slecht met me. Zo slecht zelfs dat mijn hart stopte. Mijn ouders en Marieke waren erbij toen het gebeurde. En het gekke is dat ik me dat moment heel goed kan herinneren. Ik voelde hoe ik uit mijn lichaam trad, Ik zweefde als het ware bovenin de kamer. Ik zag mijn ouders en Marieke. Mijn moeder rende naar de gang en riep om verpleging. Marieke stond helemaal perplex in een hoekje te huilen. Mijn vader stond aan mijn bed te schreeuwen dat ik moest volhouden. Artsen kwamen aangesneld en begonnen met reanimeren. Mijn ouders en Marieke hielden elkaar stevig vast. De tranen liepen over hun wangen. Ik hoorde de artsen allemaal medische termen roepen. Ik zag mezelf op en neer schokken door de reanimatie.’
 
Hemels gevoel
‘Het was een naar gezicht, maar ik voelde me helemaal niet angstig. Eerder tevreden vreedzaam en hemels. Ik had geen pijn, alleen maar een vredig gevoel. Het was goed zo, ik had een fijn leven gehad. Boven mij zag ik een prachtig wit-roze gloed. Daar wilde ik heen. .. Ik zwaaide nog een keer naar mijn ouders en Marieke voordat ik vertrok. Natuurlijk zou ik ze missen, maar het hemelse gevoel overheerste. Ik bevond me in een tunnel met prachtige kleuren en vormen. Verder was het stil, adembenemend stil. plots pakte iemand mijn hand. Het was mijn opa. Wat was ik blij te zien dat het goed met hem ging. We lachten naar elkaar. Ook zag ik een klasgenootje dat op 10-jarige leeftijd was overleden aan leukemie. Er hing zo’n fantastische sfeer en ik zag mooie bloemen die hier op aarde niet te vinden zijn. Hier wilde ik blijven, het was een wereld om nooit meer uit weg te willen. Maar mijn opa maakte me duidelijk dat ik er nog niet klaar voor was. Ik had nog taken af te ronden op aarde. Mijn ouders en Marieke konden me nog niet missen. Hij had gelijk, besefte ik. Ik nam afscheid van opa en in rap tempo gleed ik door dezelfde tunnel terug naar het aardse leven. In totaal ben ik misschien een paar seconden weggeweest, maar voor mijn gevoel duurde het uren. Papa, mama en Marieke waren natuurlijk dolblij dat ik nog leefde. In de periode daarna ontwaakte ik uit mijn coma en knapte ik redelijk op. Er kwamen veel vriendinnen en familie op bezoek. Superfijn. Een lange en zware periode van revalideren volgde. Daaruit moest blijken of ik schade aan mijn hersenen had opgelopen en wat de gevolgen waren. Wonder boven wonder bleek ik er redelijk goed uit te zijn komen. Wel is mijn korte termijngeheugen niet meer zo goed als het was, loop ik een beetje raar en ik ben ik erg snel moe. Na zes weken mocht ik eindelijk naar huis. Wat was ik blij!’
 
In de war
‘Ik dacht eigenlijk nooit meer aan mijn fijne ervaring. Ik dacht dat het een droom was, een gelukkige droom. Totdat ik een keer stomtoevallig op een website kwam met verhalen over bijna-doodervaringen. Ik las de verhalen en herkende er zo veel in. Het bracht me in de war. Aan de ene kant was het zo herkenbaar, maar aan de andere kant was iedere ervaring anders. Iedereen die een bijna-doodervaring heeft meegemaakt, heeft het op zijn of haar manier beleefd. Ik wilde er met iemand over praten, mijn gevoelens delen. Uiteindelijk nam ik mijn moeder in vertrouwen. Van tevoren was ik bang voor haar reactie. Zou ze me wel geloven? Gelukkig deed ze dat, echt geweldig. Ze vond het niet vreemd, ze stelde allemaal vragen en was oprecht geïnteresseerd. Haar positieve reactie was een opluchting voor mij. Samen hebben we het aan mijn vader en zusje verteld. Ook zij reageerden fijn. Wel hebben mijn ouders en zusje toegegeven dat ze zich er niets bij voor kunnen stellen. Dat begrijp ik wel. maar ze zien aan me dat ik het niet verzin. Ook kon ik precies vertellen wat er was gebeurd tijdens de reanimatie en wist ik dat Marieke toen een spijkerrokje aanhad met een rode trui en dat ze een vlinderketting om had. Er was niemand die dat ooit aan mij had verteld. Mijn beste vriendin weet het ook, ze gelooft me. Andere vriendinnen en klasgenootjes heb ik niets verteld. Ik weet dat ze me niet geloven en me zullen uitlachen. En dat begrijp ik heel goed. Ik zou het ook niet geloven als een klasgenootje zoiets zou vertellen.’
 
Paranormale gevoelens
‘Soms, als ik me een beetje verdrietig of alleen voel, heb ik een sterk gevoel van heimwee. Dan denk ik aan al het moois war ik tijdens mijn bijna-doodervaring heb gezien. Het was zo sereen, mooi en liefdevol. Er was geen besef van tijd. Ik zag blije gezichten, mijn opa was er. Dat voelde veilig en vertrouwd. Maar ik ben ook superblij dat ik nog leef. Er zijn ook mensen die na een bijna-doodervaring zelfmoord willen plegen omdat ze zo graag terug willen naar die fijne plek. Ergens kan ik me dat wel voorstellen, maar aan de andere kant ook niet. Pas wanneer je klaar bent op de aarde ga je weer terug. En ik weet dat ik nog niet klaar ben. Vóór het ongeluk geloofde ik niet in het hiernamaals. Ik dacht wel eens na over de dood, zeker toen opa overleed. En ik was ook wel een beetje bang voor de dood, bang voor het onbekende. Maar nu ik weet hoe het eruitziet en voelt, ben ik niet bang meer. Ik geloof nog steeds niet in God, maar wel in een fijne plek waar ik hierna terechtkom. Sinds mijn bijna-doodervaring heb ik paranormale gevoelens. Dat had ik daarvoor niet. Zo zie ik bijvoorbeeld mijn opa regelmatig. Hij steunt me als het nodig is, bijvoorbeeld als ik een proefwerk heb. vaak komt hij even gedag zeggen. Dan steekt hij zijn hoofd om het hoekje van de deur en zwaait naar me. Dat is een fijn gevoel. Ook weet ik soms precies wat anderen denken en willen. Ik vind het supermoeilijk om uit te leggen, maar je kunt het vergelijken met een heel sterk gevoel van intuïtie. Ik ga altijd op mijn gevoel af omdat dat klopt. Nu moet je niet denken dat ik van tevoren proefwerkvragen zie of de toekomst kan voorspellen, maar ik weet bijvoorbeeld als de telefoon gaat wie er belt en waarom. En laatst was Marieke gevallen. Op dat moment voelde ik een steek op de plek waar zij op viel. Dat soort dingen. Ik ben er zelf ook nog niet helemaal achter hoe ik om moet gaan met die gevoelens. Daarvoor wil ik binnenkort een keer naar iemand die ook paranormale gevoelens heeft en mij er alles over kan vertellen. En hoe ik me ervoor kan afsluiten. Het is namelijk best vermoeiend.’
 
Taak vervullen

‘Het ongeluk was vreselijk en het revalideren duurde heel lang. nog steeds heb ik er last van. Zo kan ik bijvoorbeeld nog steeds niet meedoen met gym, dat is te vermoeiend. Maar toch ben ik ergens wel blij dat het mij is overkomen. Ik heb een heel andere kant van mezelf ontdekt, een gelukkige en blije kant. Ik weet nu dat er nog zoveel meer is tussen hemel en aarde. Ik denk dat het een doel heeft dat dit mij is overkomen. Alleen wat is me nog niet helemaal duidelijk. Opa vertelde dat ik mijn taak nog moest vervullen. Ik ben er nog niet achter wat voor taak dat is, maar dat merk ik in de loop van mijn leven nog wel. Ik denk daar niet te veel over na en laat het gewoon op me af komen. Ik geniet intens van het leven en merk wel wanneer het voor mij echt tijd is om te gaan. Contact met lotgenoten heb ik eigenlijk niet. Dat komt doordat er maar weinig mensen zijn die een bijna-doodervaring hebben meegemaakt. En veel van hen ontkennen het, denken dat het een fijne droom was. Of ze praten er niet over omdat ze denken dat niemand hen gelooft. Toch ben ik blij dat er een paar mensen zijn die het weten en me geloven. Bovendien weet ik wat ik heb gezien en dat het waar is. Meiden die veel over de dood nadenken en bang zijn voor het hiernamaals: geloof me, het is er heel fijn. Geniet van het leven op aarde, daar is het veel te mooi en dierbaar voor!’

Om privacyredenen zijn de namen in dit verhaal veranderd.